Van oorsprong was de Liempdse bevolking voornamelijk agrarisch ingesteld en floreerde de klompenindustrie eind vorige eeuw in het grotendeels (ook nu nog) door populieren omringde landschap.
Liempde, voorheen onder meer Linden (1570), Lijemde (1644) en in de volksmond Liemd of Liemt (1841) geheten, heeft volgens overlevering zijn naam ontleend aan klei- of leemachtige grond. Deze grondsoort wordt vooral rond het stroomgebied van de Dommel gevonden en is uitermate geschikt voor het laten groeien van populieren. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat de klompenindustrie in en rond Liempde eind vorige eeuw hoogtij vierde. Heden ten dage is in Liempde nog één klompenmakerij actief.

Vanaf 1232 is Liempde ‘Hertogsdorp’ binnen de Meierij van ‘s-Hertogenbosch, dat behoort tot het Kwartier van Peelland met als hoofdplaats Rode (huidige Sint-Oedenrode). Liempde is daarmee een zogeheten ressort van Rode maar heeft wel een eigen schepenbank. In 1391 schenkt Hertogin Johanna het dorp als een hoge Heerlijkheid aan Ridder Willem van de Meeren van Boxtel met recht op rechtspraak en aanstelling van schepenen. De banden met Peelland blijven bestaan.

Sinds 1 januari 1996 maakt Liempde deel uit van de nieuwe gemeente Boxtel.

Het gemeentewapen in het herindeling schild tegen de gevel van het voormalig gemeentehuis toont 2 Nederlandse Leeuwen en 2 ploegen. Het is daarom niet verwonderlijk dat tijdens het carnaval Liempde wordt omgedoopt tot “Ploegersland”.

 

Het gemeentewapen van de gemeente Liempde, geplaatst tegen de voorgevel van het voormalig gemeentehuis.